St. Augustinuskerk glas-in-lood H.Geest

Fiat voluntas tua, sicut in cælo et in terra

Uw wil geschiede, op aarde zoals in de hemel

LACHEN MAG VAN GOD

carnaval

Overal ter wereld vieren we deze dagen Carnaval: van Rio de Janeiro tot Kopenhagen. In Nederland wordt carnaval vooral beneden de rivieren gevierd. In het Noorden gebeurt dat pas de laatste jaren. Want wij, als Noorderlingen, weten intussen ook dat de boog niet altijd gespannen kan blijven. De kinderen hebben zich vandaag hun Carnavals­kleren aan. Daarmee laten zij zien hoe kleurrijk onze wereld eruit kan zien. In de parochiezaal hebben de kinderen het na­tuurlijk ook over Carnaval.
En natuurlijk gaat het hier in de kerk ook om Carnaval.

In het Zuiden is het feest losgebarsten, wij noordelingen zijn vaak niet zo uitbundig. Maar ook wij beginnen het te leren. Het is nog spaarzaam, maar ook wij noemen Amersfoort het Trekkersgat, Kortenhoef heet Turfendonk, Ankeveen heet nu Schuim­likkerveen, Bussum heet het Erwtenrijk en Naarden heet nu het Walegat en Heems­kerk heet Ezelenheem. Het zijn zomaar wat voorbeelden. Dat voor Noordelingen lachen en plezier maken niet vanzelfsprekend is, dat weten we intussen wel. En lachen doe je zeker niet in de kerk, hooguit hoor je hier of daar wat gegniffel. Vindt God het wel goed als we in de Kerk lachen?

Van ons lichaam maakt onze mond de meeste overuren. Dieren gebruiken hun mond ook veel - om te bijten, te likken, te zuigen, te proeven, te kauwen, te slikken, te hoesten, te gapen, te snauwen, te schreeuwen en te grommen. Wij hebben deze lijst uitgebreid. Wij gebruiken onze mond ook om te fluiten, te glimlachen, te kussen en te roken. Het is niet zo verbazingwekkend dat de mond omschreven wordt als ’het slagveld van het gezicht.’ Zo’n slagveld vertoont sporen van slijtage. Naarmate we ouder worden kun je aan de ruststand van de mond zien wat er in je leven gebeurd is. De stand van de mond richt zich ernaar. Voor een mens die een leven vol verdriet en zorgen heeft gehad, is het vaak moeilijk om de mondhoeken op te trekken tot een brede grijns, zelfs niet op gelukkig mo­menten. De mondhoeken blijven naar beneden wijzen.

Alleen mensen kunnen lachen. We zouden vreemd opkijken als opeens onze hond of kat zou beginnen te lachen! Mensen lachen wel. En elke bioloog kan ons vertellen dat we tijdens het lachen veel minder spieren gebruiken dan wanneer we boos kijken! Dan moeten we ons echt inspannen. Dus waarom zouden we ons niet meer leren ont­spannen en wat minder boos kijken? Lachen relativeert het leven, maakt problemen niet groter dan ze al zijn. Mensen kunnen lachen, glimlachen, schaterlachen, hun buik laten schud­den van het lachen. Je kunt lachen als een boer die kiespijn heeft. Zelfs (zegt het woordenboek) kun je lachen als een geit op een zinken dak! Soms lachen mensen zich een breuk, een bult, een ongeluk, zelfs een beroerte! Er gaat veel verkeerd in ons leven en in onze wereld. Wij blijven alleen gezond, als de boog niet altijd gespannen blijft.

Wordt er in de Bijbel ook gelachen? Eigenlijk maar bitter weinig In alle vier evangelies kom je het woord lachen niet eens tegen! Wel lees je hier en daar dat Jezus gehuild heeft: bij het dode dochtertje van Jaïrus, bij zijn dode vriend Lazarus. En als hij over Jeruzalem heen kijkt, ‘dan schiet zijn gemoed vol.’ Op die plaats staat nu tegenwoordig een kerkje dat Dominus Flevit heet. Dat betekent: de plaats waar de Heer heeft gehuild, Maar waar ligt het kerkje met de naam ‘hier heeft de Heer gelachen?’ Dat gebouw staat er niet! Heeft Jezus veel gelachen? Ik zou het niet weten. Wel weten we via Johannes dat Hij - samen met zijn moeder - op een bruiloft is geweest. Daar zal Hij wel niet hebben zitten kniezen en zeuren! En vertelt Hij zelf niet een parabel over een koning die een bruiloftsfeest hield? Daar zat iemand tussen die het feest niet van harte meevierde. Die heeft het geweten. Hij werd buiten de deur gezet. Want een feest lukt pas, als niemand aan de kant blijft zitten.

Ook weten we dat er mensen naar Jezus toekomen die Hem vragen: ‘Waarom vasten de leerlingen van Johannes de Doper wel, en uw leerlingen dat niet?" Jezus antwoordt: ‘Zolang de bruidegom nog in hun midden is, zullen ze feest vieren!’ Jezus ziet het leven als één groot bruiloftsfeest, waarop elk mens welkom is - hoe die ook is. Het leven mag en feest zijn! En laten we eerlijk zijn: daar moet op gedronken en gezongen worden! En dat gebeurt de komende dagen van Carnaval volop!

Ook de Joden ten tijde van Koningin Ester hadden reden tot lachen. Want diegene die ze wilde uitroeien hebben ze 'n oor aangenaaid! Nog steeds eten de kinderen op het Poe­rimfeest Hamansoren! En een kerklied zingt: ‘Wij zullen zingen, lachen, gelukkig zijn. Dan zegt de wereld: ‘Hun God doet wonderen. Ja, Gij doet wonderen, God in ons midden, Gij onze vreugde.’

In deze dagen van Carnaval gaan veel maskers op. Maar eigenlijk gaan er ook veel maskers af. Want mensen worden gelijk, zoals we allemaal gelijk zijn, als we in de wieg liggen of op het kerkhof. In de buurt van Maastricht, waar ik vele jaren gewoond heb, is het straatcarnaval beroemd. De carnavalsoptocht zal vanmiddag weer tienduizenden mensen trekken. En mensen zijn allemaal verkleed, de een nog mooier dan de ander. In Oeteldonk (Den Bosch) vind ik ze persoonlijk beter verkleed: daar zijn ze allemaal het­zelfde verkleed als boer en boerin. Daar zijn ze inderdaad allemaal gelijk: van put­jesschepper tot bisschop, tot burgemeester. En in de grote Sint Janskathedraal wordt vanmorgen weer een Carnavalsmis gehouden. De kathedraal zal tot in de uithoeken weer gevuld zijn met verklede mensen.

En er zal weer wat afgelachen worden! Want dat zijn we verleerd in de kerk. Het lijkt wel alsof we in de kerk altijd ernstig moeten kijken. Elke predikant weet dat wanneer hij een grapje maakt, er hoogstens hier en daar gegniffeld wordt. Maar God heeft ons moge­lijkheden gegeven om te lachen. Laten we die mogelijkheid gebruiken! Ontspan de spie­ren. Natuurlijk weet ik dat er veel beroerdigheid in de wereld is. Maar alleen de lach kan ons weer terugbrengen tot wie en wat we zijn: kwetsbare mensen die zo goed en zo kwaad als we kunnen het leven proberen te leven. Alleen de lach helpt ons verder. Het valt me op dat zelfs als er iemand dood is, er heel wat afgelachen wordt. We komen bij elkaar, de sfeer raakt ontspannen. Er komen talloze verhalen en opmerkingen over de dode. Dan gaat de bel. Er komt iemand condoleren. En meteen gaan alle gezichten weer strak. Want ja, dat wordt toch van je verwacht: dat we verdriet hebben!

Maar lachen relativeert het leven, maakt mensen meer gelijk aan elkaar. Dan mogen de maskers weg. Dan mogen we ten volle van elkaar en van 't leven genieten. Carnaval herinnert ons elk jaar weer opnieuw hoe betrekkelijk ons leven is. Het is maar kort!
En als we aan het einde van ons leven zijn gekomen (dat horen we elke zondag in het evangelie) horen wij dat wij mogen we leven van Jezus' belofte: ‘wie het laatst lacht, lacht het best!’

Ambro Bakker s.m.a.
Pastoor-deken RK Amstelland
Locatie: H. Augustinus