Fiat voluntas tua, sicut in caelo et in terra

Uw wil geschiede, op aarde zoals in de hemel

BROODREDE 1

Vijf zondagen lang lezen we uit de Broodrede, zoals die staat opgetekend in het evangelie van Johannes. Vanmorgen de eerste vijftien verzen. Een wonderbaarlijke broodvermenigvuldiging. Wat een verhaal! In onze dagen zijn er nog miljoenen mensen die honger lijden. Wat betekenen dat verhaal uit het evangelie voor hen? Wat is hun reactie op de wonderbaarlijke broodvermenigvuldiging? Wat doe je - ook in onze tijd - met een God die zijn kinderen wél bevrijdt uit de slavernij van Egypte, maar die daarna zijn kinderen laat verpieteren in de woestijn? Niks geen wonderbaarlijke broodvermenigvuldiging. Wat heb je aan een God die dagelijks tienduizenden nieuwe mensen op de wereld zet - geschapen naar Zijn Beeld en Gelijkenis - maar die daarna weer van honger sterven?

Voor hongerige mensen moet het evangelie van vanmorgen klinken als een onrealistisch sprookje. Jezus zorgt dat er brood is voor 5000 mensen en meer. Waarom gebeurt dat niet in onze tijd? Niet dat er niet voldoende voedsel op de wereld is. Geleerde mensen hebben uitgerekend dat er op aarde voldoende kleding, voedsel en huisvesting is voor alle mensen die op deze wereld wonen. Hoe komt 't dan toch dat jaarlijks 15 miljoen mensen aan honger sterven en er op aarde zo'n 140 miljoen mensen ondervoed zijn?

Is de wonderbaarlijke broodvermenigvuldiging dan niet meer dan een ordinair sprookje? Ik denk dat de vier evangelisten ons toch iets anders willen zeggen. Zij vinden de gebeurtenis zo belangrijk dat we het verhaal tegen komen in alle vier de evangelies. En niet vier, maar liefst zes maal! En het gaat hierbij niet om een banaal sprookje, maar het verhaal gaat vooral over Jezus die net uit de woestijn komt waar Hij 40 dagen en nachten heeft gevast, en waar Hij door de duivel is bekoord.

"Als je de Zoon van God bent, verander deze stenen dan in brood!" En Jezus antwoordt dan: "Een mens leeft niet van brood alleen maar van elk woord dat voortkomt uit de mond van God." Jezus wil geen stuntman zijn die uit niets brood tevoorschijn tovert. Hij wil horen bij diegenen die dagelijks zweten en zwoegen voor hun brood. Hij neemt vijf broden en twee vissen, slaat zijn ogen ten hemel en breekt het voor hen die honger hebben. Alsof Hij wil zeggen: Ik wil helemaal bij jullie zijn, niet als voedsel dat vergaat, maar als brood voor 't eeuwige leven. En als je dat begrijpt, begint vanzelf het wonder van breken en delen wel. Pas als je durft delen met elkaar - in Gods naam - is Gods spel met de mensen ook op aarde mogelijk.

Bovendien zegt Jezus iets heel belangrijks tegen zijn leerlingen: "Geven jullie ze maar te eten!" Het is alsof Hij het heeft tegen ons: honger in Afrika? Begin maar te delen! Dan is er voldoende voor Iedereen! Hoe kom je aan zoveel brood? Andere vraag: hoe gaan wij om met onze welvaart? Op een zuinige, natellende manier? Houden we zoveel mogelijk in reserve? Een appeltje voor de dorst? Als je zo denkt, dan kun je het wonder wel vergeten. Dan lukt dat delen nooit! Maar je kunt ook als Jezus doen: "begin maar te breken en te delen! Dan zien we wel hoever we komen!"

Tenslotte: tegenwoordig kopen we ons brood gesneden. Dat snijden deden we vroeger thuis aan tafel. Voordat moeder het kapje er af sneed, maakt zij met het kartelmes een kruis over het brood. Ze gaf daar mee aan dat ze er van overtuigd was dat alle goeds van God komt. Dat gebaar is nu versleten. En de meesten van ons vinden het zelfs niet eens belangrijk om voor en na het eten te bidden. Wij hebben het brood immers zelf verdiend en zelf betaald! Maar als we ons dagelijks brood niet meer ervaren als een geschenk uit de hemel, dan verdwijnt ook de behoefte om dat brood met anderen te delen, want we hebben het immers zélf verdiend!

De wonderbaarlijke broodvermenigvuldiging leert ons dat Jezus geen stuntman is, geen tovenaar, geen sprookjesverteller. geen man die het goed zou doen op de plaatselijke kermis, maar een mens die als geen ander door had dat alle goeds in ons leven - en zeker ons dagelijks brood - uit de handen komt van de Vader en dat het bestemd is om te breken en te delen - in Gods naam! En als je durft delen, zul je merken dat je er meer voor terugkrijgt. Twaalf manden vol met overgebleven brokken…

© Pater Ambro Bakker s.m.a.
Pastoor-deken H.Augustinus
Amsterdam/Amstelveen